7e Bataljon Infanterie van Linie (1815)

Lied van 't soldatenleven

Gij jonkheid der landen
En schept maar goeden moed.
Wij zijn er in die handen
Van onze keizer goed.

Wilt maar op God vertrouwen
En vallen hem te voet
Die ons den tijd zal zenden
Ja weer verlossen moet.

Daarom gij lieve ouders
Laat daarom geen getraan.
Den tijd die zal eens komen
Alsdat wij moeten gaan.

Maar die vervalligheden
Zijn straffen over ons land.
Waarvoor zo vele ouders treuren
die in het lot bevalt.

Ouders weest maar tevreden
Het is den wil van God.
En wil toch voor ons bidden
Dat wij vallen buiten het lot.

't is van 't jaar achtentachtig,
Den eerste werd gevraagd.
En iedereen op zijn dorp
Moest ten stad in scheven aan.

Van drieëntwintig jaren,
Ooit moeten loten gaan
Om voor den keizer te strijden
Te behalen de zegepraal.

En wij als trouwe jongens
Ooit moeten strijden gaan.
Maar als den tijd zal komen
Zullen wij kloekmoedig gaan.

Tegen Engeland te strijden
Dat doet ons groot plezier.
En hem te doen verslinden
Te jagen door het oorlogsvuur.

Als wij Engeland zullen hebben
Dan dragen wij den roem
Die ons veel eer doet bewijzen
Is keizer Napoleon.

Als wij weder zullen keren
Al naar ons vaderland
Dan geven wij ouders en vrienden
Ja meisjes weer de hand.

<<< Terug