7e Bataljon Infanterie van Linie (1815)

Lied van 't soldatenleven

Dit lied handelt over de tijd dat onze jonge mannen in het leger van Napoleon moesten dienen. Menigeen hoopte aan de vele dienstjaren te kunnen ontkomen door uitgeloot te worden. De elfde strofe duidt waarschijnlijk op de in 1803 uitgebroken, zoveelste oorlog met Engeland.

Het stelsel van loten heeft in België nog stand gehouden tot 1909. In Nederland is het veranderd bij het invoeren van de dienstplichtwet (1923). In Kroniek van de Kempen, deel 11 (blz. 146) schrijft H. Franken dat men op den duur allerlei middelen gebruikte om een hoog lot te trekken en zo van de dienst vrij te komen. K. ter Laan noemt in zijn Folkloristisch woordenboek (Den Haag 1974, blz. 221) o.a. het dragen van amuletten of een talisman (kerkhofaarde, een gewijde medaille, een paaskaars, een beeld van een heilige in een mouw genaaid, een munt met een kruis erop of een gat erin etc.). Ook werden er novenen gehouden, bedevaarten gedaan en gebeden gezegd. Klokman noemt in de Driemaandelijkse Bladen (1902, blz. 36) als onfeilbaar middel: een naald waar een doodshemd mee genaaid is. De naald moet zonder dat de loteling het weet in zijn kleren gestoken worden. Ook het klavertje-vier zou helpen. René Lambrechts noemt in zijn boek Bezem en kruis (Retie 1974, blz. 315) nog het beruchte 'Gebed van keizer Karel', waarmee leurders langs de deuren trokken. De jongen die het een aantal dagen vóór de loting las, zou zich vrijloten.

Tekst Tekst

Melodie Melodie

<<< Terug